Auteurs van deze pagina: Kadriye Özҫelik, Marijke den Ouden

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Problemen die het gevolg zijn van transfer zijn niet direct een indicatie van een taalontwikkelingsstoornis. Indien de problemen die hieronder beschreven worden langdurig aanhouden, kan dit wel een indicatie zijn van een TOS.

Fonologie
Er zijn een aantal consonanten die voor Turkse leerders van het Nederlands moeilijk kunnen zijn. De /c/ wordt in het Nederlands anders uitgesproken, namelijk als [k] of [s] in plaats van [ʤ]. De /j/ wordt in het Turks ook als [ʤ] uitgesproken, maar niet in het Nederlands. De /y/ klinkt in het Turks alleen als de Nederlandse [j] en wordt niet gebruikt als klinker. De /ch/ en de /x/ komen in het Turks niet voor. De /h/ kan in het Turks als [x] (Nederlandse /ch/ en /g/) en [h] worden uitgesproken. Het Turks kent alleen de /v/ als schrijfwijze voor [v] en [w]. T2-leerders zullen dit onderscheid in het Nederlandse schrift moeten leren. De /ş/ wordt in het Turks uitgesproken als [ʒ]. Deze klank kan in het Nederlands geschreven worden als /g/ of /j/. De letters /ҫ/ en /ğ/ kent het Nederlands niet en worden respectievelijk als /tsj/ of /ch/ en /g/ of /ch/ geschreven. Deze verschillen zullen in het verwervingsproces wat extra tijd kosten.

In het Turks komen consonantclusters zeer weinig voor (alleen bij enkele woorden aan het eind van een lettergreep, zoals türkler 'Turken'). De uitspraak van woorden als ‘klopt’ en ‘schrift’ kan daarom voor problemen zorgen. Er kan verwacht worden dat T2-leerders klinkers toevoegen om de uitspraak te vergemakkelijken.

Klinkers die niet in het Turks voorkomen, maar wel in het Nederlands zijn: [ә] - /e/, [e] - /ee/, [o] - /oo/, [Y] - /u/, [au] - /au/ en /ou/, [ԑi] - /ij/ en /ei/ en [œy] - /ui/. Deze klinkers zullen moeilijk te leren zijn.

Morfologie
Aangezien het Turks een taal is met een rijke werkwoordsmorfologie, valt niet te verwachten dat T2-leerders in het Nederlands moeite zullen hebben bij de vervoeging van werkwoorden. Het kan voorkomen dat ieder werkwoord een vervoeging krijgt, terwijl het eigenlijk een nulmorfeem heeft.

Het gebruik van hulp- en koppelwerkwoorden kan lastig worden gevonden, omdat deze apart vervoegd moeten worden en los staan van het werkwoord. Ook het gebruik van ‘niet’ in plaats van een suffix om een ontkenning aan te geven, zal aangeleerd moeten worden.

Een T2-leerder kan ook problemen ondervinden bij de vorming van een vraagzin. In het Nederlands worden vraagwoorden aan het begin van de zin geplaatst, terwijl vraagwoorden in het Turks in de zin blijven staan.

De vervoeging van bijvoeglijke naamwoorden zal voor Turkse leerders van het Nederlands lastig zijn. Bijvoeglijke naamwoorden worden in het Turks niet vervoegd en kennen daar dus ook geen afhankelijkheid van het geslacht van het zelfstandig naamwoord waar het iets over zegt.

Syntaxis
Aangezien de woordvolgorde in Nederlandse hoofdzinnen afwijkt van de woordvolgorde in het Turks kunnen hier problemen verwacht worden. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de plaatsing van een hulpwerkwoord hierbij ook fout zal gaan. Het hulpwerkwoord is in het Turks onderdeel van het werkwoord. Om deze reden kan verwacht worden dat het hulpwerkwoord samen met het zelfstandige werkwoord aan het einde van de zin wordt geplaatst. Dat deze twee werkwoorden los van elkaar geplaatst kunnen worden, zal geleerd moeten worden.

Turkse leerders van het Nederlands zullen ook moeten leren dat onderwerpen in het Nederlands niet weggelaten kunnen worden. Het Nederlands is in tegenstelling tot het Turks geen pro-drop taal. Op dit gebied worden ook fouten verwacht.


Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen

Onderstaande vragen zijn gebaseerd op literatuur die de verwervingsvolgordes en kenmerken van een taalontwikkelingsstoornis in het Turks beschrijft. Deze vragen kunnen als ondersteuning bij diagnosticering gebruikt worden.

Fonologie
  • Ondervindt het kind na het vierde levensjaar (uitgegaan van een verwerving vanaf de geboorte) problemen bij de productie van wrijfklanken en de klanken [l] en [r] in het Turks?
De [l] en [r] zijn de klanken die het laatst verworven worden. Bij een normale ontwikkeling is de verwerving van de fonologie na vier jaar voltooid.

Morfologie
  • Ondervindt het kind na het tweede levensjaar (uitgegaan van een verwerving vanaf de geboorte) problemen met de productie van naamvals-, persoons- en tijdssuffixen in het Turks?
Normaal ontwikkelende Turkse kinderen hebben de morfologie na twee jaar verworven.
  • Ondervindt het kind problemen bij de vervoeging van Nederlandse werkwoorden.
    • Worden hierbij veel omissiefouten gemaakt?
  • Ondervindt het kind problemen bij de toepassing van lidwoorden en de vervoeging van bijvoeglijke naamwoorden?
  • Maakt het kind in vergelijking met normaal ontwikkelende tweetalige kinderen van dezelfde leeftijd meer fouten?

Syntaxis
  • Zijn er problemen bij het formuleren van de juiste zinsvolgorde?
  • Laat het kind in het Nederlands vaak onderwerpen weg?


Onderzoek in de moedertaal

Het is mogelijk met behulp van de app Speakaboo onderzoek te doen naar de articulatorische ontwikkeling van kinderen die Turks spreken (2 tot 6 jaar). Zie informatie over dit diagnostisch instrument op de pagina Diagnostische materialen. Voor het gebruik van deze app heeft de logopedist of linguïst geen kennis van het Turks nodig.


Top

1. Algemene informatie

Turks behoort tot de Oeraalse-Altaïsche talenfamilie (Dalkiliç & Dalkiliç, 2002) en is de vier na meest gesproken taal ter wereld. Deze taal wordt in verschillende landen zoals Turkije, Azerbeidzjan, Turkmenistan, Oezbekistan, Kazachstan, Kirgizië en door verschillende minderheden in China, het Midden-Oosten, Rusland, Noord-Afrika, de Kaukasus en de Balkan door ca. 220 miljoen mensen gesproken (Akalin, 2009). Hierin zijn alleen de moedertaalsprekers opgenomen. Waarschijnlijk zijn er nog meer sprekers van deze taal maar in sommige landen (bijvoorbeeld in Rusland en China) mochten Turks sprekende volkeren hun eigen moedertaal niet opgeven. Het aantal zou anders rond de 450 miljoen zijn (Öztuna, 1983).

Aangezien Turkije een groot land is, zijn er ook verschillende dialecten binnen het Turks. De accenten zijn zo klein dat (fonologische en morfologische) verschillen vergelijkbaar zijn met Nederlands en Vlaams. Het is belangrijk om op te merken dat ‘Koerdisch’ geen dialect van het Turks, maar een aparte taal is, welke o.a. in Turkije wordt gesproken (Burhan, 1995).

2. Taalstructuur


Fonologie
De fonemen in het Turks corresponderen één-op-één met de letters (Mengusoglu & Deroo, n.d.). Turks heeft negen vocalen (a, â, e, ı, i, o, ö, u, ü) en eenentwintig consonanten (b, c, ç, d, f, g, ğ, h, j, k, l, m, n, p, r, s, ş, t, v, y, z). Hiervan zijn alleen de /ç/: [tʃ], /ş/: [
ʃ
] en /ğ/ niet van het Latijnse alfabet afkomstig. De ğ (de zachte g) wordt niet uitgesproken, maar zorgt wel voor een lange uitspraak van de voorafgaande klinker. In tegenstelling tot het Nederlands, hebben woorden in het Turks een CVC-structuur. Dit houdt in dat er, behalve de /ng/, geen consonantclusters en diftongen voorkomen en dat er altijd maar één klinker in een lettergreep zit. Turkse T1-sprekers plaatsen dan ook vaak een vocaal tussen de consonanten in geleende woorden (Çarki, Geutner & Schultz, 2000).

Er zijn een aantal consonanten waarbij er geen 1 op 1 relatie is tussen het Turks en het Nederlands. De /c/ is in het Nederlands stemloos en kan als [k] of [s] uitgesproken worden, terwijl de /c/ in het Turks stemhebbend is en als [ʤ] wordt uitgesproken. Ook de /j/ wordt in het Turks als [ʤ] uitgesproken. De /y/ klinkt in het Turks alleen als de Nederlandse [j] en wordt niet gebruikt als klinker. De /ch/ en de /x/ komen in het Turks niet voor. De /h/ kan in het Turks als [x] (Nederlandse /ch/ en /g/) en [h] worden uitgesproken. Het Turks kent alleen de /v/ als schrijfwijze voor [v] en [w]. De /ş/ wordt in het Turks uitgesproken als [ʒ]. Deze klank kennen we in het Nederlands bij de uitspraak van ‘garage’ en ‘journaal’ en moet dus als een /g/ of /j/ geschreven worden. Ook de letters /ҫ/ en /ğ/ kent het Nederlands niet. De klank [tʃ] die als /ҫ/ wordt geschreven, kennen we in het Nederlands in het woord ‘tsjirpen’ en in Engelse leenwoorden als ‘chip’ en kan dus als /tsj/ of /ch/ geschreven worden. De /ğ/ kan in het Nederlands geschreven worden als /g/ of /ch/ (De Bakker 2012).

De klinkers die het Turks kent, komen allemaal voor in het Nederlands. Twee klinkers moeten worden echter wel anders geschreven worden. De Turkse /â/, /ü/ en /ö/ worden respectievelijk geschreven als /aa/, /uu/ en /eu/. Klinkers die niet in het Turks voorkomen, maar wel in het Nederlands zijn: [ә] - /e/, [e] - /ee/, [o] - /oo/, [Y] - /u/, [au] - /au/ en /ou/, [ԑi] - /ij/ en /ei/ en [œy] - /ui/ (De Bakker 2012).

De Turkse taal wordt naast de agglutinatie en het ontbreken van een grammaticaal geslacht, door de klinkerharmonie gekenmerkt. Deze kent drie regels. Ten eerste zijn alle klinkers óf voor- (a, ı, u, o) óf achterklinkers (e, i , ü, ö). De tweede regel bestaat uit drie onderdelen:
- de opvolgers van de eerste klinker die open is (a, e, ı, i), zijn ook open
- als de eerste klinker een geronde klinker (u, o, ü, ö) is, zijn de opvolgers óf hoog en geronde klinkers (u, ü) óf laag en open (a, e) klinkers
- de klinkers o en ö kunnen alleen in de eerste lettergreep van het woor voorkomen.
De derde regel is dat woorden nooit op de medeklinkers b, c, d en g eindigen (Dalkiliç & Dalkiliç, 2002).

Top

Morfologie
De morfologie van het Turks is agglutinerend (Çarki, Geutner & Schultz, 2000). Dat betekent dat alle derivaties, verbuiging en vervoegingen, maar ook alle andere kenmerken van het woord (in een zin) door middel van suffixen worden aangegeven. Er bestaat op enige uitzonderingen na een één-op-één relatie tussen het morfeem en de functie ervan. De suffixen met verschillende kenmerken (subject-werkwoord congruentie, ontkenning, modaliteit, tijd- en aspectmarkering) worden achter een woord geplaatst (Wilson & Saygin, 2001). Er kan soms met weinig woorden (soms met één woord) een hele zin gevormd worden:

okul - school
-da - op
-(on)lar - zij
-di - waren
Okuldalardi. - Zij waren op school.

Naamwoorden
In het Turks kennen de naamwoorden geen grammaticaal geslacht. Wanneer het geslacht van een woord aangeduid moet worden, wordt er gebruik gemaakt van een zelfstandig naamwoord met de betekenis van man of vrouw. Hiernaast komt er in het Turks alleen een onbepaald lidwoord voor: ‘bir’.

Woorden kunnen in het meervoud worden gezet door het suffix –lEr toe te voegen.
- çocuk – çocuklar / kind – kinderen
- erkek – erkekler / man – mannen

De klinker van het suffix past zich vanwege de klinkerharmonie aan aan de laatste klinker van het naamwoord of werkwoord waaraan het toegevoegd wordt. Om deze reden staat de ‘e’ met een hoofdletter geschreven. Afhankelijk van de andere klinkers in het woord, wordt deze E een e of een a. De hoofdletter I representeert vier verschillende schrijfwijzen en klanken. Afhankelijk van de andere klinkers in het woord, staat deze I voor een i, een ι (i zonder puntje), een u of een ü.

In het Turks worden zes naamvallen gebruikt:
1. Nominatief: geeft aan dat het om het onderwerp van de zin gaat en heeft geen suffix: -Ø
2. Genitief: geeft een bezit aan en gebruikt daarvoor het morfeem –(n)In
3. Datief: geeft een richting of meewerkend voorwerp aan: -(y)E
4. Accusatief: geeft een lijdend voorwerp aan: -i/-ı/-u/-ü
5. Locatief: geeft een tijd of plaats aan: –dE/-tE
6. Ablatief: geeft een oorsprong of vertrekplaats aan: -dEn/-tEn

De volgorde van suffixen is normaliter: stam-aantal-bezit-casusmarkering. Binnen één woord kunnen zelfs zeven morfemen gebruikt worden (Babur, Rothweiler & Kroffke, 2007) (3):

(3): Evlerindekileri gördük. – We hebben gezien wat in hun huizen zijn/waren (gördük = wij hebben gezien)
Ev – ler – i – nde – ki – ler – i – (wat in in hun huizen)
Stamm – Plular – Possesief – Lokatief – Relatief – Plural – Akkusatief

Bijvoeglijke naamwoorden worden in het Turks niet verbogen om congruentie te vertonen met het zelfstandige naamwoord of werkwoord waar het bij hoort. Indien een bijvoeglijk naamwoord onderdeel is van het naamwoordelijk gezegde, krijgt het de uitgang –um, wat normaal de uitgang is voor de eerste persoon enkelvoud (ik), omdat het koppelwerkwoord dan weggelaten wordt. Het bijvoeglijke naamwoord staat voor het werkwoord en voor het zelfstandige naamwoord (en indien van toepassing voor het lidwoord van het zelfstandige naamwoord).

Voornaamwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden hoeven in het Turks niet gerealiseerd te worden, maar kunnen gebruikt worden om duidelijk te maken om wie het gaat of om extra nadruk te leggen. De persoonlijke voornaamwoorden zijn: ben, sen, o, biz, siz en onlar.

Naast het gebruik van de tweede naamval is het mogelijk om een bezittelijk voornaamwoord te gebruiken om er extra nadruk op te leggen van wie iets is. Normaliter wordt dit voornaamwoord dan ook niet gebruikt.

Aanwijzende voornaamwoorden worden op dezelfde manier gebruikt als in het Nederlands en krijgen een vervoeging bijpassend bij de functie die ze in de zin vervullen.

Vragende voornaamwoorden staan niet vooraan in de zin, maar op een focuspositie. In een zin met een werkwoordelijk gezegde staat het vragende voornaamwoord voor het werkwoord en in een zin met een naamwoordelijk gezegde achter het onderwerp.

Er is in het Turks één wederkerend voornaamwoord: kendi, dat zelfstandig en bijvoeglijk gebruikt kan worden. Indien zelfstandig gebruikt, wordt het niet vervoegt met een naamvalssuffix en heeft het de betekenis ‘eigen’. Wordt kendi bijvoeglijk gebruikt, dan wordt het wel met het juiste naamvalssuffix vervoegd en heeft het de betekenis ‘-zelf’.

Werkwoorden
Het Turks kent geen hulpwerkwoorden, maar wel zelfstandige werkwoorden en het koppelwerkwoord ‘zijn’. Hulpwerkwoorden zoals we die in het Nederlands kennen, worden weergegeven met een suffix.

Hoofdwerkwoorden worden gevormd door aan de stam suffixen van tijd, aspect en modus en een suffix met persoonsuitgang toe te voegen. Deze suffixen kunnen worden gecombineerd om de juiste betekenis over te brengen.

Markering van tijd, aspect en modus:
  • -iyor : wordt gebruikt om een handeling aan te geven die in de tegenwoordige tijd nog aan de gang is (anliyor = hij is aan het begrijpen)
  • -ar/-ır: wordt gebruikt om tegenwoordige tijd aan te geven (anlar = hij begrijpt)
  • -dı/di/tı/ti: wordt gebruik om verledentijd aan te geven (anladı = hij begreep)
  • -mış: wordt gebruikt om aan te geven dat een handeling die in het verleden is gebeurd niet door de spreker zelf is waargenomen (anla(r)miş = hij begreep)
  • -(y)acak/ecek: wordt gebruikt om toekomst aan te geven (anlacak = hij zal begrijpen)
  • -malı necessiative (obligation, inference)

Een werkwoord wordt ontkennend gemaakt door –mi als suffix te gebruiken. Het suffix -mu maakt een werkwoord vragend en het suffix –n maakt een werkwoord passief.

Markering van persoon:
· -mak/-mek: infinitiefvorm
· -um/-ım: eerste persoon enkelvoud
· -sun/-sın: tweede persoon enkelvoud
· -Ø: derde persoon enkelvoud
· -uz/-ız: eerste persoon meervoud
· -sunuz/-sınız: tweede persoon meervoud
· -lar/-ler: derde persoon meervoud

Top

Syntaxis
Het Turks hanteert in actieve zinnen de SOV-volgorde: subject – onderwerp – werkwoord (Wilson & Saygin, 2001):

- Emine elma-yi ye-di
- Emine apple-ACC eat-PAST 3sg
‘Emine at de appel.’

In een passieve zin, is de woordvolgorde: object – subject – werkwoord (OSV)

Het Turks is een pro-drop taal. Dit houdt in dat het onderwerp van de zin weggelaten kan worden. Indien duidelijk is wie de handeling uitvoert, is er op het werkwoord genoeg informatie aanwezig om dat aan te geven. In het Turks is het ook mogelijk om het object van een zin weg te laten: object-drop. Een object mag alleen weggelaten worden als uit de directe context op te maken is wat er bedoeld wordt.

Treffers-Daller, Özsoy en van Hout (2007) wijzen in hun studie op het feit, dat het Turks van tweetalige (Turks-Duits) jongeren verschillend is met het Turks dat in Turkije wordt gesproken. Het is mogelijk dat het Turks, zoals het in Europa wordt gesproken, verschillende veranderingen kan ondergaan. Uit de studie kwam ook naar voren dat de groep, die het minst contact met het Turks heeft gehad, minder complexe inbeddingen hebben gebruikt.

3. Verwervingsfases in het Turks

De eerste taalverwerving in het Turks is niet helemaal vergelijkbaar met talen als Engels, Duits en Nederlands. Zoals eerder beschreven heeft het Turks een rijke morfologie die grotendeels in de vorm van suffixen wordt weergegeven. Op deze manier kunnen verschillende grammaticale kenmerken in één woord worden uitgedrukt, terwijl daar in andere talen meerdere woorden voor nodig zijn.

Bij Turkse kinderen wordt de verwerving van de morfologie doorgaans snel voltooid. Op tweejarige leeftijd kunnen ze al naamwoorden verbuigen en de meeste morfemen zijn dan ook verworven (de Jong, Orgassa & Çavus, 2007). Volgens Babur, Rothweiler & Kroffke (2007) kunnen 15 maanden oude, eentalige Turkse kinderen zelfs al twee suffixen aan een woord koppelen. Alle casusmarkeringen zijn grotendeels op de leeftijd van 19 maanden en op zijn laatst met 21 maanden verworven. Dit proces is bij Turkse kinderen, vergeleken met Nederlandse kinderen, die deze elementen op een leeftijd vanaf 30 maanden verwerven, eerder voltooid.

Top

4. Onderzoek naar taalontwikkelingssstoornissen in het Turks

Er zijn nog niet veel onderzoeken naar taalontwikkelingsstoornissen in het Turks gedaan. De meeste studies hebben de taalontwikkeling van tweetalige TOS-kinderen onderzocht. Zoals in het algemene deel (literatuurstudie) reeds vermeld, kwam er uit het onderzoek van Babur, Rothweiler & Kroffke (2007) naar voren dat kinderen (N = 2) met een taalontwikkelingsstoornis duidelijk minder morfemen produceren dan kinderen met een normale taalontwikkeling (NO) (N = 2). Het foutenpercentage bij het gebruik van de naamwoordsmorfologie lag bij kinderen met een TOS significant hoger dan bij de NO-kinderen (15% vs. 1.5%). Kinderen met een TOS hebben ook in syntactische casuscontexten omissiefouten gemaakt. Bij NO-kinderen daarentegen was dit niet geobserveerd. Zie verder ook de beschrijving van het onderzoek Werkwoordscongruentie bij bilinguale kinderen met een TOS (de Jong, Orgassa & Çavus, 2007), in het algemene deel (literatuurstudie).

In een studie van Topbas (2006) worden de resultaten van 70 Turks sprekende kinderen met een gestoorde fonologie (4;0 – 8;0) met de resultaten van 665 Turks sprekende, fonologisch normaal ontwikkelende kinderen (1;3 – 8;0) vergeleken. Voor de analyse is de ‘Turkish Articulation and Phonology Test – SST’ gebruikt. Deze bestaat uit een benoemingstaak en een analyse van het fonologisch proces. Kinderen met een gestoorde fonologie hebben een significant lager percentage op correct uitgesproken consonanten gescoord dan fonologisch normaal ontwikkelende kinderen (62.74% vs. 93.25%). Uit de kwantitatieve analyse is naar voren gekomen dat fonologisch gestoorde kinderen merendeels problemen ondervinden bij het produceren van wrijfklanken en de [l] en de [r], die door fonologisch normaal ontwikkelende kinderen als laatst worden verworven. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat kinderen met een gestoorde fonologie zich als jonge, fonologisch normaal ontwikkelende kinderen gedragen.

Voorbeelduitingen
Onderstaand enkele voorbeelden van Turkssprekende kinderen met een TOS (leeftijden tussen haakjes achter de uitingen). Let op, deze kinderen zijn meertalig (Turks & Duits).
19.png
Bron: Rothweiler, Chila en Babur (2010)

Top

5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen

Veel van de informatie op deze pagina is ontleend aan de masterscriptie van Kim de Bakker: “NT2-wijzer voor het Turks”.

Akalin, S. H. (2009). Türk Dili: Dünya Dili. Ankara : Türk Dil Kurumu.
Babur, E., M. Rothweiler & S. Kroffke (2007). Spezifische Sprachentwicklungsstörung in der Erstsprache Türkisch. Linguistische Berichte. 112, 377-402.
Bakker, K. de. (2012). NT2-wijzer voor het Turks. Masterscriptie Universiteit Utrecht.
Burhan, A. (1995). Kürtçe ile Atay dilleri arasında bazı ses denklikleri üzerine bir deneme. Kayseri: Bizim Gençlik.
Cinque, G. (1999). Adverbs and Functional Heads: A Cross-Linguistic Perspective. New York: OUP.
Dalkiliç, M. E. & Dalkiliç, G. (2002). On the Cryptographic Patterns and Frequencies in Turkish Language. Proceedings of the Second International Conference on Advances in Information Systems. 2457, 144-15.
Jong, J. de, A. Orgassa & N. Cavus (2007). Werkwoordscongruentie bij bilinguale kinderen met een taalstoornis. Stem- Spraak en Taalpathologie. 15, 143-158.
Mengusoglu, E. & Deroo, O. (n.d.). Turkish LVCSR: Database Preparation and Language Modeling for an Agglutinative Language. Proceedings of ICASSP 2001, Student Forum, Salt-Lake City.
Öztuna, Y. (1983). Büyük Türkiye Tarihi. 1/14, 38-43. Istanbul: Deha Kitapevi.
Rothweiler, M., Chilla, S., & Babur, E. (2010). Specific language impairment in Turkish: Evidence from case morphology in Turkish–German successive bilinguals. Clinical linguistics & phonetics, 24(7), 540-555.
Theunissen, H. & Türkmen, K. (2005): Leergrammatica van het Turkije-Turks. Amsterdam: Bulaaq.
Topbas, S. (2006). Does the speech of Turkish-speaking phonologically disordered children differ from that of children speaking other languages? Clinical Linguistics & Phonetics. 20(7-8), 509-522.
Treffers-Daller, J., Özsoy, A. and van Hout, R. (2007). (In)complete acquisition of Turkish among Turkish-German bilinguals in Germany and Turkey: An analysis of complex embeddings in narratives. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism. 10(3), 248-276.
Wilson, S. & Saygin, A.P. (2001): Adverbs and Functional Heads in Turkish: Linear Order and Scope. Proceedings of WECOL.

0. Praktische informatie voor taalonderzoek

Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Problemen die het gevolg zijn van transfer zijn niet direct een indicatie van een taalontwikkelingsstoornis. Indien de problemen die hieronder beschreven worden langdurig aanhouden, kan dit wel een indicatie zijn van een TOS.

Fonologie
Er zijn een aantal consonanten die voor Turkse leerders van het Nederlands moeilijk kunnen zijn. De /c/ wordt in het Nederlands anders uitgesproken, namelijk als [k] of [s] in plaats van [ʤ]. De /j/ wordt in het Turks ook als [ʤ] uitgesproken, maar niet in het Nederlands. De /y/ klinkt in het Turks alleen als de Nederlandse [j] en wordt niet gebruikt als klinker. De /ch/ en de /x/ komen in het Turks niet voor. De /h/ kan in het Turks als [x] (Nederlandse /ch/ en /g/) en [h] worden uitgesproken. Het Turks kent alleen de /v/ als schrijfwijze voor [v] en [w]. T2-leerders zullen dit onderscheid in het Nederlandse schrift moeten leren. De /ş/ wordt in het Turks uitgesproken als [ʒ]. Deze klank kan in het Nederlands geschreven worden als /g/ of /j/. De letters /ҫ/ en /ğ/ kent het Nederlands niet en worden respectievelijk als /tsj/ of /ch/ en /g/ of /ch/ geschreven. Deze verschillen zullen in het verwervingsproces wat extra tijd kosten.

In het Turks komen consonantclusters niet voor. De uitspraak van woorden als ‘klopt’ en ‘schrift’ kan daarom voor problemen zorgen. Er kan verwacht worden dat T2-leerders klinkers toevoegen om de uitspraak te vergemakkelijken.

Klinkers die niet in het Turks voorkomen, maar wel in het Nederlands zijn: [ә] - /e/, [e] - /ee/, [o] - /oo/, [Y] - /u/, [au] - /au/ en /ou/, [ԑi] - /ij/ en /ei/ en [œy] - /ui/. Deze klinkers zullen moeilijk te leren zijn.

Morfologie
Aangezien het Turks een taal is met een rijke werkwoordsmorfologie, valt niet te verwachten dat T2-leerders in het Nederlands moeite zullen hebben bij de vervoeging van werkwoorden. Het kan voorkomen dat ieder werkwoord een vervoeging krijgt, terwijl het eigenlijk een nulmorfeem heeft.

Het gebruik van hulp- en koppelwerkwoorden kan lastig worden gevonden, omdat deze apart vervoegd moeten worden en los staan van het werkwoord. Ook het gebruik van ‘niet’ in plaats van een suffix om een ontkenning aan te geven, zal aangeleerd moeten worden.

Een T2-leerder kan ook problemen ondervinden bij de vorming van een vraagzin. In het Nederlands worden vraagwoorden aan het begin van de zin geplaatst, terwijl vraagwoorden in het Turks in de zin blijven staan.

De vervoeging van bijvoeglijke naamwoorden zal voor Turkse leerders van het Nederlands lastig zijn. Bijvoeglijke naamwoorden worden in het Turks niet vervoegd en kennen daar dus ook geen afhankelijkheid van het geslacht van het zelfstandig naamwoord waar het iets over zegt.

Syntaxis
Aangezien de woordvolgorde in Nederlandse hoofdzinnen afwijkt van de woordvolgorde in het Turks kunnen hier problemen verwacht worden. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de plaatsing van een hulpwerkwoord hierbij ook fout zal gaan. Het hulpwerkwoord is in het Turks onderdeel van het werkwoord. Om deze reden kan verwacht worden dat het hulpwerkwoord samen met het zelfstandige werkwoord aan het einde van de zin wordt geplaatst. Dat deze twee werkwoorden los van elkaar geplaatst kunnen worden, zal geleerd moeten worden.

Turkse leerders van het Nederlands zullen ook moeten leren dat onderwerpen in het Nederlands niet weggelaten kunnen worden. Op dit gebied worden ook fouten verwacht.


Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen

Fonologie
· Ondervindt het kind na het vierde levensjaar (uitgegaan van een verwerving vanaf de geboorte) problemen bij de productie van wrijfklanken en de klanken [l] en [r] in het Turks?
· Ondervindt het kind problemen bij de toepassing van klinkerharmonie?


Morfologie
· Ondervindt het kind na het tweede levensjaar (uitgegaan van een verwerving vanaf de geboorte) problemen met de productie van naamvals-, persoons- en tijdssuffixen in het Turks?
· Ondervindt het kind problemen bij de vervoeging van Nederlandse werkwoorden.

o Worden hierbij veel omissiefouten gemaakt?
· Ondervindt het kind problemen bij de toepassing van lidwoorden en de vervoeging van bijvoeglijke naamwoorden?
· Maakt het kind in vergelijking met normaal ontwikkelende tweetalige kinderen van dezelfde leeftijd meer fouten?


Syntaxis
· Zijn er problemen bij het formuleren van de juiste zinsvolgorde?
· Laat het kind in het Nederlands vaak onderwerpen weg?


Onderstaande vragen zijn gebaseerd op literatuur die de verwervingsvolgordes en kenmerken van een taalontwikkelingsstoornis in het Turks beschrijft. Deze vragen kunnen als ondersteuning bij diagnosticering gebruikt worden.